Hoofdplaat: Zoetwatervissen.

 

we kijken in een breede sloot of vaart, waarvan de oppervlakte zich geheel bovenaan bevindt. daar zullenzich ontplooien de nu nog ondergedoken bladeren van de waterlelie op het midden der plaat. Voorts een wirwar van waterplanten, hoornblad links en waterpest rechts. Het zijnvooral de vier groote visschen, die hier het sterkst opvallen: de snoek, daarboven een karper, daaronder een baars. Op den voorgrond een flinke paling. Links onderaan een modderkruiper. Daarnaarst op den bodem het nest van het stekelbaarsje ( de driestekelige) met het mannetje in zijn bruiloftskleed, terwijl het wijfje wat hoger zwemt. Nog hooger een hele school dezer merkwaardige diertjes. Enkele kleine dieren stoffeeren als bijfiguren het toneel: een zoetwaterslakje en een bloedzuiger; half uit den bodem stekend een zoetwatermossel (eendenmossel).

 

 mijn schoolplaten > op karton > eerste serie in ons land door L.Dorsman, K.M. Knip en A. Mellink > hoofdplaat > Zoetwatervissen