|
Hoofdplaat: Wintervogels. |
|
![]() |
Deze plaat vertoont een aantal vogels, die regelmatig des winters in ons land vertoeven en geeft tevens een der middelen aan, waardoor de mensch het harde lot van veel zijner gevederde vrienden bij vorst of sneeuw kan verzachten. reeds toch zien we een voederhuisje, waaromheen zich een aantal vogels hebben verzameld. Een paar musschen zitten op het besneeuwde dak: enige meezen kibbelen om de lekkernijen in het bakje; een spreeuw snoept uit een met vet gevulde kokosnootdop, een andere zit op een tak, gereed het voorbeeld van zijn makker te volgen. Een aantal bonte kraaien doen zich te goed aan de lekkernijen, die op den grond zijn klaargezet, terwijl eenige schuwere vogels wachten, tot de brutalere parkbewoners verzadigd zijn, om op hun beurt eens flink toe te tasten.
|