|
Hoofdplaat: Bij de ruïne. |
|
![]() |
’n Zomeravond, ongeveer midden Juni . rechts op den plaat de overblijfselen van wat misschien eens een prachtig kasteel was, nu niet veel meer dan een ruïne, begroeid met kamperfoelie en klimop. Daaromheen het verwaarloosde, verlatenpark. Met zijn talloze schuilhoekjes biedt de ruïne een ideale woonplaats aan verschillende dieren, die zich des daags liefst verbergen en eerst tegen den avond in actie komen. In den holle ruimte, eens misschien een prachtige zaal, nestelt een kerkuilenpaartje, het wijfje bij de witte, rondachtige eieren. meer naar achteren, op het muurtje, speurt een bunzing naar prooi en bij de goot van het bijgebouwtje loert een vette, bruine rat. In de lucht zweven andere”vrienden der duisternis”. Op den voorgrond vliegt een prachtige vlinder, de avondpauwoog, en op een afstand jaagt de grootoorvleermuis.
|